Teacher Page

Leerlingenvaardigheden: Ze beschikken minimaal over niveau A1 (evt. A2) (m.n. receptieve en mondelinge taalvaardigheid) Engels van het Europees referentiekader

Dit kunnen leerlingen in groep 8 basisschool of leerlingen uit de brugklas zijn.

Minimale vaardigheden Deze talenquest is bedoeld als taak om vast te stellen welk niveau leerlingen hebben. Het is daarom niet noodzakelijk dat de leerlingen beschikken over alle de benodigde vaardigheden om de taak uit te voeren.

Wel vereist zijn:

  • Uitleg vooraf over de structuur en navigatie van de taak (talenquest)
  • Basiscomputervaardigheden (pc aanzetten, werken met internet)
Deze talenquest is ontwikkeld door CPS Talencentrum in het kader van de SLOA Basisvorming Doorlopende leerlijnen 2003.

Deze talenquest is een zogenaamde communicatieve eindtaak. Met deze talenquest Engels kunt u vaststellen in hoeverre leerlingen aan het eind van groep 8 of aan het begin van de brugklas beschikken over een bepaald niveau:

taalvaardigheid Engels

algemene vaardigheden (samenwerken, plannen)

ict-vaardigheden

Voor uitgebreide omschrijving van de doelen die aan de orde komen zie Doelen

Leerlingen werken aan een concreet product op hun eigen niveau. Leerlingen met meer vaardigheden zullen een vollediger en kwalitatief rijker eindproduct maken in dezelfde tijd waarin minder vaardige leerlingen een half-product maken.

Het is aan te raden om de producten op te slaan in een (digi)taal portfolio en op basis daarvan leerlingen te verwijzen naar leertaken op hun eigen niveau. Met een leerlinggebonden overdraagbaar portfolio heeft de leerling, zijn/haar ouders en medewerkers van zowel de PO-school en de VO-school inzicht in de ontwikkeling van de betreffende leerling.

Meer informatie over het project doorlopende leerlijnen vindt u op: www.cps.nl/talencentrum

De leerzaamheid van deze talenquest wordt bewerkstelligd door de volgende elementen:
  • Er is sprake van rijk taalaanbod van een niveau dat hoger is dan het huidige taalniveau van de leerlingen.
  • De input is levensecht, actueel en functioneel (informatief).
  • De input is gevarieerd (multisensorisch).
  • Het ((talige) resultaat van de) taak is levensecht.
  • De taak is aantrekkelijk mede omdat leerlingen zelf een bepaalde mate van keuzevrijheid hebben.
    U kunt de opdracht rijker maken door extra taken te laten uitvoeren (het beoordelen van eigen werk/medeleerlingen, het sturen van feedback naar de makers, met een kopie naar u) die op zichzelf weer nieuwe realistische taken vormen.
  • Leerlingen wordt aangeraden eerst zelf hun taalproductie te beoordelen, om vervolgens de spelling- en grammaticacontrole te gebruiken. Leren werken met spellings- en grammaticacontrole kan voor bepaalde leerlingen ook een vorm van strategisch handelen zijn (compensatiestrategie).
  • Het product van de talenquest (programma voor een stad) is ook buiten de onderwijscontext zinvol.
  • Het is een open taak met meerdere goede oplossingen mits aan de randvoorwaarden voldaan wordt.
  • Afhankelijk van het niveau van de leerlingen worden ze uitgedaagd ze zelf bronnen te zoeken voor gebruik.
  • Er zijn handelingsrestricties ingebouwd in de vorm van randvoorwaarden waar de uitvoering van de taak/eindproduct aan moet voldoen.
  • Leerlingen worden aangemoedigd om te reflecteren op het proces en product gedurende en na afloop van de talenquest door ze de resultaten te laten toevoegen aan/beschrijven in hun (digi)taalportfolio en daaraan leerdoelen te verbinden.

Voor informatie over het leerzaamheid van taaltaken zie: G. Westhoff (2002) De schijf van vijf. Dit document kunt u downloaden.

Verder is gebruik gemaakt van: G. Westhoff (2001) Handreikingen voor het ontwerpen van een talenquest